Bovenkerk – Hoofdorgel
Gebouwd door Albertus Anthoni Hinsz (1743)
Beknopte orgelhistorie van de Sint-Nicolaas- of Bovenkerk
Naar alle waarschijnlijkheid is er vanaf 1400 een bescheiden orgel in de kerk aanwezig geweest voor liturgisch gebruik. Johan van Kovelen heeft echter als eerste in 1524 een groot orgel voor de Bovenkerk gebouwd. Het bezat luiken en had drie manualen met een aangehangen pedaal. Als een vogelnest was het tegen de toren bevestigd.
Toen de toren vanaf 1650 ernstig begon over te hellen, werd het orgel omstreeks 1670 naar het Noorderportaal (zijde Oudestraat) overgeplaatst door orgelmaker Slegel uit Zwolle. Hierbij heeft hij het orgel gedeeltelijk vernieuwd. Nadat de toren in 1685 door meester Jan de Jonge weer werd recht gezet, ontstonden er zowel om akoestische als visuele redenen sterke wensen het orgel weer op de oude locatie terug te plaatsen. Dit gebeurde door Appolonius Bosch, die tevens de opdracht kreeg het orgel te voorzien van beelden en lofwerk. Vermoedelijk is toen ook het nu nog bestaande schilderwerk op de muren naast de kas aangebracht.
In 1741 kreeg de beroemde orgelbouwer Albertus Anthoni Hinsz opdracht het bestaande instrument te restaureren en de klavieren met vier toetsen uit te breiden. Toen Hinsz met zijn werkzaamheden begon, bleek echter dat het orgel voorover begon te hellen en vrij van de muur kwam. Hinsz vond het niet verantwoord nieuwe onderdelen in het orgel te plaatsen. Hij stelde het stadsbestuur voor een geheel nieuwe kas te maken op een tegen de torenmuur geplaatste galerij, ondersteund door twee kolommen. Met dit voorstel ging de magistraat akkoord. Het pijpwerk uit het oude orgel werd grotendeels hergebruikt. Op aanbevelen van Hinsz kreeg de Groninger beeldhouwer Struiwig opdracht voor het leveren van beelden en lofwerk aan het orgel. De beelden van het Rugwerk werden herplaatst. Tevens schilderde hij het orgel donker olijfgroen. Het Pedaal bleef echter aangehangen. In 1743 werd het nieuwe orgel door deskundige organisten sterk beproefd en luid geprezen.
Toch bleef er nadrukkelijk een wens bestaan: een vrij pedaal. Dit werd in 1790 gerealiseerd door F.C. Schnitger en H.H. Freijtag. Ter versterking van het Rugwerk vervingen zij tevens de Dulciaan 8’ door een Fagot 16’. De Dulciaan werd in het toen nog loze Borstwerk geplaatst. Zonder hiervoor kosten te berekenen, voegden zij hier zelfs vier extra stemmen toe.
In 1866 volgde nog een uitbreiding. Deze werd uitgevoerd door de toenmalige organist en amateur-orgelbouwer Zwier van Dijk. Hij verwijderde een aantal vulstemmen en zette daar romantische registers voor in de plaats. Met nog allerlei ‘modieuze’ wijzigingen werd de staat van het orgel er niet beter op. In 1955 werd de kerk vanwege algehele restauratie gesloten. Het orgel werd geheel gedemonteerd en opgeslagen op de zolders van de Broederkerk waar het in 1960 nauwelijks ontsnapte aan een grote uitslaande brand tegenover de kerk.
Een grondig en gedocumenteerd onderzoek door de benoemde orgelcommissie stelde een weloverwogen restauratieplan op. Hierbij werd uitgegaan van de situatie in 1790, maar met behoud van de waardevolle – en romantische – toevoegingen uit 1866 op een aparte windlade. De orgelmakers Bakker en Timmenga uit Leeuwarden kregen de restauratieopdracht. Het resultaat (1975) bleek een briljant instrument waarbinnen alle oorspronkelijke stijlperiodes waren bijeen gebracht. Tevens was het een groot compliment aan de leden van de orgelcommissie hun samenwerking zo succesvol bekroond te mogen zien.
Dispostie
Hoofdwerk
Prestant 16’ (H)
Bourdon 16’ (C/S/B/H)
Prestant 8’ (S/H)
Holpijp 8’ (S/B)
Octaaf’ 4’ (B/H)
Fluit 4’ (B/H)
Quint 3’ (B/H)
Superoctaaf’ 2’ (S/B/H)
Mixtuur B/D 3-5 st (S/B/H)
Tertiaan 2 st (BT)
Scherp 3 st (BT)
Trompet B/D 16’ (H)
Trompet 8’ (H)
Rugwerk
Prestant 8’ (H)
Holpijp 8’ (B)
Octaaf 4’ (H)
Fluit 4’ (S/H)
Gedakt Quint 3’ (H)
Octaaf 2’ (H)
Fluit 2’ (H/D/BT)
Sifflet 1’ (BT)
Sexquialter D 3 st (BT)
Mixtuur 3-4 st (S/H)
Fagot 16’ (SF)
Tremulant + Schokbalg
Bovenwerk I
Prestant 8’ (H)
Roerfluit 8’ (H)
Quintadeen 8’ (M)
Fluit 4’ (S)
Octaaf 4’ (BT)
Speelfluit 3’ (H)
Gemshoorn 2’ (C/S)
Nassat 1 1/2 (BT)
Scherp 3 st (BT)
Vox Humana 8’ (S/H/D)
Tremulant
Bovenwerk II
Holpijp 8’ (D/BT)
Salicionaal 8’ (D)
Fluittravers 8’ (D)
Principaal 4’ (D)
Spitsfluit 2’ (D)
Flageolet 1’ (D)
Carillon D 3 st (G)
Trompet 8’ (D)
Borstwerk
Gedekt B/D 8’ (SF)
Fluit B/D 4’ (SF)
Woudfluit 2’ (SF)
Dulciaan 8’ (H)
Tremulant
Pedaal
Prestant 16’ (H)*
Subbas 16’ (SF)
Octaaf 8’ (SF)
Gedekt 8’ (SF)
Roerquint 6’ (SF)
Octaaf 4’ (SF)
Open Fluit 2’ (BT)
Bazuin 16’ (SF)
Trompet 8’ (SF)
Cornet 4’ (SF)
*Transmissie HW
Koppels
Pedaal – Hoofdwerk
Hoofdwerk– Borstwerk
Hoofdwerk- Rugwerk
Bovenwerk – Bovenwerk II
Bovenwerk – Borstwerk
Diversen
Afsluiters, 5 stuks
Windlossing en Kalkant
Manualen C–c’’’’
Pedaal C–d’
Toonhoogte a’ = 446,5 (16°C)
Stemming gelijkzwevend
Pijpwerk afkomstig van:
C: Johan van Covelens (1524)
M: Johan Morleth II (1629)
S: Johan Slegel (1676)
B: Apollonius Bosch (1687)
H: Albertus Anthoni Hinsz (1743)
SF: F. C. Schnitger jr. en H.H. Freytag (1789)
G: Albertus van Gruisen (1818)
D: Zwier van Dijk (1866)
BT: Bakker en Timmenga (1975)
Bronnen:
Orgels en organisten in Kampen, W.D. van der Kleij en W.H. Zwart, Kampen 1995
Overijsselse orgels uit de periode 1450 tot 1825, A.H. Vlagsma, Elburg 2022
Met dank aan Kasper Haar voor nadere documentatie.
Kijk voor een uitgebreide beschrijving over de beide orgels van de Bovenkerk en de historie van deze kerk op www.debovenkerk.nl
– over het hoofdorgel: https://debovenkerk.nl/hinsz-hoofdorgel/
– over het koororgel: https://debovenkerk.nl/koororgel/
– een overzicht van de organisten: https://debovenkerk.nl/organisten/
– over de geschiedenis van de Boven- of Sint Nicolaaskerk: https://debovenkerk.nl/kerkgebouw/
Parkeren
Lees alles over parkeren in Kampen
Programma
Ieder jaar een serie orgelconcerten voor de fijnproever.
Op de donderdagavonden in juli en augustus en op de feestdagen.